Ontslag bedrijfseconomische omstandigheden II

Ontslag bedrijfseconomische omstandigheden II

In deel I heb ik al aangegeven welke bedrijfseconomische redenen het UWV onderscheidt om over te kunnen tot ontslagen op basis van bedrijfseconomische omstandigheden.

Op het moment dat de bedrijfseconomische reden gevonden is en goed kan worden gemotiveerd, dan dient er voldaan te worden aan het afspiegelingsbeginsel. In dit deel van de serie zal er specifiek worden stil gestaan bij het afspiegelingsbeginsel.

In het ontslagbesluit wordt het afspiegelingsbeginsel gevonden. Kort gezegd, komt het afspiegelingsbeginsel erop neer dat als de werkgever meerdere werknemers wilt ontslaan, de leeftijdsopbouw in een bedrijfsvestiging vóór en ná de ontslagen zo veel mogelijk gelijk zijn.

Afspiegelingsbeginsel

Het afspiegelingsbeginsel werkt als volgt.

Eerst dienen er categorieën te worden opgesteld bestaande uit uitwisselbare functies. Uitwisselbare functies zijn functies die vergelijkbaar zijn wat betreft functie-inhoud, vereiste kennis, vaardigheden en competenties, niveau en beloning.

Per categorie uitwisselbare functies moeten de werknemer vervolgens ingedeeld worden over vijf leeftijdscategorieën, te weten:

–          15 tot en met 24 jaar;

–          25 tot en met 34 jaar;

–          35 tot en met 44 jaar;

–          45 tot en met 54 jaar;

–          55 jaar en ouder.

Wanneer dit is gebeurd, dan mag/moet de werkgever per leeftijdscategorie de werknemer ontslaan met het kortste dienstverband, althans de werkgever vraagt dan de ontslagvergunning bij het UWV aan voor deze laatstvermelde werknemers.

Op het afspiegelingsbeginsel bestaan uiteraard (ook) uitzonderingen. Het afspiegelingsbeginsel is bijvoorbeeld niet van toepassing als het bedrijf gaat sluiten of dat een volledige groep functies komt te vervallen. Dat is logisch omdat dan niet meer ‘af te spiegelen valt’.

Andere uitzondering/afwijking op het afspiegelingsbeginsel is bijvoorbeeld dat genoegzaam aantoonbaar gemaakt kan worden dat een werknemer onmisbaar is, of juist een minimale kans heeft (buiten het huidige bedrijf) op de arbeidsmarkt.

Flexibele arbeidskrachten

Voordat het afspiegelingsbeginsel wordt toegepast zullen eerst de werkzaamheden van de flexibele arbeidskrachten moeten worden beëindigd. Eerst zullen dus de uitzendkrachten, gedetacheerden en uitleners moeten worden ontslagen. Hierna zullen de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (wanneer deze binnen 26 weken eindigen) moeten worden beëindigd.

Wetsvoorstel Werk en Zekerheid

In het wetsvoorstel Werk en zekerheid staat dat er een uitzondering komt op het afspiegelingsbeginsel. Vanaf 1 juli 2015 krijgt u namelijk de mogelijkheid om 10% van werknemers, die op grond van het afspiegelingsbeginsel voor ontslag in aanmerking komen, te behouden. U moet dan aannemelijk maken dat de werknemer bovengemiddeld functioneert of over meer dan gemiddelde potentie beschikt voor de toekomst.
In de leeftijdscategorieën 15 tot 25 jaar en 55 jaar en ouder mag u niet meer werknemers ontslaan dan bij volledige toepassing van het afspiegelingsbeginsel. De jongeren hebben namelijk nog geen kans gehad om te laten zien wat zij kunnen en de ouderen hebben een zwakke arbeidsmarktpositie. Bovendien wil het kabinet voorkomen dat u als werkgever stopt met het investeren in de inzetbaarheid van oudere werknemers.

Vragen?

Wilt u meer weten over het afspiegelingsbeginsel? Of een andere vraag over het arbeidsrecht? Neem dan contact met Insight Legal op.

Jelle Braak

Advocaat

030 - 245 19 67